Sta Hungry Stay Foolish

Stay Hungry. Stay Foolish.

A blog by Leon Oudejans

‘We doen te lacherig over snurken. Het is een onderschat relatieprobleem’ (de Standaard)

21 November 2021

0

De Standaard titel: ‘We doen te lacherig over snurken. Het is een onderschat relatieprobleem’
De Standaard ondertitel: “Piepen, ronken, reutelen. Meer nog dan de snurker zelf heeft de bedpartner er last van. ‘Het moet uit de taboesfeer en bespreekbaar worden’, vindt Miche De Meyer (Jan Palfijn, VUB), die onderzoek naar snurken deed.”
Door: Tom Ysebaert
Datum: 16 november 2021

“Ze noemt snurken zonder aarzelen een pandemie. Miljarden mensen in de wereld hebben er last van, meer dan tweeënhalf miljoen Belgen. ‘Toch wordt er nog te ­lacherig over gedaan’, vindt Miche De ­Meyer. Zij is coördinator van de eenheid Orofaciale Disfuncties van het Gentse ­ziekenhuis Jan Palfijn en wetenschappelijk medewerker aan de slaapkliniek van het UZ Brussel. Zij voerde een doctoraats­onderzoek naar snurken en hoe dat beter te definiëren. ‘Ik stelde vast dat er geen ­geobjectiveerde cijfers voorhanden waren en dat niemand ooit de moeite heeft gedaan om het snurken precies te definiëren. Met mijn doctoraat wilde ik die leemte ­vullen.’

Snurken is een geluid dat wordt veroorzaakt door een obstructie in de bovenste luchtweg. Die kan door een zwelling of door snot veroorzaakt worden. Het is niet onschuldig: het kan leiden tot apneu – gevaarlijke onderbrekingen van de adem­haling – en vergroot de kans op hart- en vaatziekten, obesitas, vermoeidheid en concentratieproblemen. Mensen met overgewicht hebben ook meer kans dat ze aan het snurken slaan.

‘Als een patiënt aangeeft dat hij snurkt en overdag moe is, moet je er iets aan doen. Daarnaar vragen zou standaard moeten zijn’

Miche De Meyer  Wetenschappelijk medewerker UZ Brussel, coördinator eenheid Orofaciale Disfuncties Jan Palfijn Gent

‘En snurken is vooral ook een vervelend geluid, waar de snurker vaak geen weet of last van heeft, maar de bedpartner des te meer. Dat is een schromelijk onderschat probleem’, zegt De Meyer. ‘Zeker als je weet dat de gemiddelde mens ongeveer een derde van zijn bestaan slapend doorbrengt en bijna 60 procent van die tijd met iemand het bed deelt.’

‘Ook voor de bedgenoten is het niet onschuldig. Zij moeten naar oordopjes of slaappillen grijpen. Of ze trekken naar een andere kamer om apart te slapen. Koppels beginnen geschrankt naar bed te gaan: de ene gaat vroeger om in slaap te kunnen ­vallen voor de snurker tussen de lakens kruipt. Goed voor een relatie kan dat niet zijn. Toch heb ik maar weet van één wetenschappelijk werk dat het verband tussen snurken en relaties aanraakt. Het is helemaal niet uitgediept.’

Stof voor bij de relatietherapeut?

‘Het zou zeker een goed gespreksonderwerp kunnen zijn bij de therapeut. Alleen vrees ik dat snurken daarvoor nog te veel in de taboesfeer zit.’

‘Ook apart slapen is vaak onbespreekbaar. De gemeenschappelijke slaapkamer geldt als een veilige omgeving waar mensen niet weg willen. Ook dat aspect maakt snurken op zich moeilijker bespreekbaar.’

Wanneer wordt snurken een probleem voor de snurker zelf?

‘Als een patiënt aangeeft dat hij snurkt en overdag moe is, moet je er iets aan doen. Daarnaar vragen zou standaard moeten zijn. Maar het is nog niet het geval bij huisartsen, tandartsen en kinesitherapeuten. Ik strijd daar als een kruisvaarder voor. Vandaag moeten mensen met slaapproblemen in ons land naar het ziekenhuis voor een test. Met wachtlijsten als gevolg.’

‘Internationaal geldt dat snurkers die vijftien keer per nacht een apneu hebben, met een probleem zitten. Voor mij mag die norm naar beneden, tot vijf apneus of minder.’ 

De ene snurker is de andere niet, schrijft u.

‘Er wordt nog te weinig rekening gehouden met het profiel van de snurker. Mannen hebben er meer last van dan vrouwen. Dat komt omdat hun luchtpijp langer is. Ook omdat ze meer last hebben van zwaarlijvigheid. Alcohol is een stoorzender, net als roken. Je krijgt er meer last van bij het ouder worden, wat niet wegneemt dat steeds meer – zwaarlijvige – kinderen er mee te kampen hebben.’

‘De lichaamsbouw speelt ook mee. Wie een korte kin en een compacte mondholte heeft, heeft ook minder plaats voor de tong, wat een risicofactor is voor snurken.’

Hoe goed werken de methodes en middelen om ervan af te raken?

‘De meeste therapieën mikken op het openhouden van de luchtwegen, met als gevolg dat de slaap vaak gehinderd wordt. Een tennisbal in je rug of een gordel die trillingen afgeeft, doet je meer op je zij in plaats van op je rug slapen. Van het gebruik van die tennisbal komen we stilaan terug.’

‘Uit mijn onderzoek leerde ik dat het gebruik van een mondapparaat, een vrij recente techniek, een gunstig effect heeft op apneus maar of het ook voor snurken als dusdanig iets uithaalt moet nog onderzocht worden.’

‘Er kan ook antigeluid ingezet worden, zoals in het vliegtuig. Maar dan moet je een hoofdtelefoon op, ook niet bepaald ­bevorderlijk voor een zorgeloze slaap.’ “


Wereldrecord snurken: 93 decibel 

  • Naar schatting de helft van de volwassen bevolking snurkt in min of meerdere mate. Dat geeft 4 miljard snurkers wereldwijd. In België zijn dat naar schatting 2,65 miljoen mensen tussen 18 en 65 jaar oud. 
  • Iemand die rustig in- en uitademt produceert ongeveer 25 tot 30 decibel. Een gemiddelde snurker gaat makkelijk ­boven de 35 decibel en bij waarden van 55 decibel is er sprake van serieuze geluidsoverlast.
  • Het geluidsniveau van het wereldrecord snurken bedraagt volgens het Guinness Book of Records 93 decibel, wat vergelijkbaar is met het geluid van een ­haardroger. (ty)

Bron:
https://www.standaard.be/cnt/dmf20211115_98020122

Archives

Framework Posts

0 Comments

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Pin It on Pinterest